De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft zich uitgesproken over de invoering van een antwoordplicht ten opzichte van sollicitanten. Maar de sociale partners hebben geen eenparig standpunt kunnen innemen. Punt van de discussie betreft de modernisering van de CAO nr. 38 van 6/12/1983 betreffende de werving en selectie van werknemers. De NAR bekijkt de vraag of het wenselijk is om artikel 9 algemeen verbindend te verklaren.

sollicitatie

De werkgevers vinden het onuitvoerbaar in de praktijk. De mogelijke strafrechtelijke sancties gaande van geldboetes tot celstraffen gaan volgens hen echt wel te ver. Volgens het voorstel zal de werkgever elke sollicitant binnen een termijn van 30 kalenderdagen schriftelijk op de hoogte moeten brengen van de beslissing die ten aanzien van hen werd genomen. De memorie van toelichting doet volgens de werkgevers uitschijnen dat het om een motiveringsplicht gaat. Wel bevelen ze ondernemingen aan om binnen een “redelijke termijn” op sollicitaties te antwoorden. Dat is immers een kwestie van beleefdheid én respect en is bovendien ook leerrijk voor de sollicitant .

Voor de werknemersvertegenwoordigers is het dan ook van belang dat de antwoordplicht dwingender wordt gemaakt dan momenteel in de CAO nr. 38 het geval is, met een wettelijk of reglementair afdwingbaar recht op antwoord voor iedere sollicitant. Het niet beantwoorden van sollicitaties moet volgens hen ook gesanctioneerd kunnen worden (met als voorbeeld van een gepaste sanctie het verlies aan doelgroepenverminderingen of het verlies aan structurele RSZ-kortingen).

Meer info:

Advies nr. 1.975 van 23/02/2016, “Sollicitaties – Antwoorden aan sollicitanten”.

 

2015 04 01 logo 1    Inbtween , ingrid@inbtween.be