De meeste volwassenen weten heel goed wat ze willen zijn en wat ze daarvoor moeten doen. Dat leren we immers allemaal op school en tijdens onze studies. Maar hoe we zijn, hoe we dingen doen en hoe we willen worden, moeten de meesten van ons zelf ontdekken en vormgeven. Met vallen en opstaan. Sommigen hebben het geluk of de luxe om hier hulp bij te krijgen. Maar veel mensen moeten leven zoals hun dat is bijgebracht, door hun opvoeding en de omgeving waarin ze zijn opgegroeid. Dit hoeft niet negatief te zijn, als het gaat om communicatie en hoe je met elkaar omgaat.

Veel mensen kennen het als het Ouder-Volwassene-Kind-model. Het model gaat uit van drie ‘egotoestanden’ (samenhangende patronen van denken, voelen en doen) die bepalen hoe je je gedraagt en communiceert. In de Ouder-egotoestand denk/voel/doe je zoals je het van je ouders en/of ouderfiguren hebt ‘geleerd’. In de Kind-egotoestand denk/voel/doe je op een manier die je in je kindertijd hebt ontwikkeld. En in de Volwassene-egotoestand denk/voel/doe je in reactie op het hier en nu. Je bent wel in contact met de Ouder- en Kind-egotoestand, maar vertoont niet de bijbehorende automatische reflexen. Ieder mens kan vanuit alle drie de egotoestanden handelen.
De Ouder- en Kind-egotoestand hebben allebei twee verschillende (aan elkaar tegengestelde) uitingsvormen. Bij de Ouder is dat de Kritische en de Voedende Ouder en bij het Kind het Aangepaste en het Vrije Kind. Belangrijk is om te weten dat elke egotoestand positieve en negatieve kanten heeft en je iets brengt. En dat het helpt om je af te vragen: vanuit welke egotoestand denk/voel/doe ik dit? En wat brengt het me als ik in deze situatie meer van egotoestand x laat zien?

Meer weten?

Lees hier verder: bron