Niet alleen werkgevers, ook werknemers zijn vragende partij om loonstijgingen meer op basis van individuele prestaties in plaats van anciënniteit toe te kennen. Tot die vaststelling komen Vlerick Business School en vacature.com na een rondvraag* bij 3.622 loontrekkende Vlamingen. Tijd voor revolutie in de loonvorming?

Moeten oudere werknemers altijd meer verdienen dan jongere collega’s? Met die teaser en bijhorende enquête trokken we eind vorig jaar naar onze lezers, met de bedoeling te achterhalen hoe zij hun loon het liefst zien evolueren. Moeten prestaties de doorslag geven? Of houden ze vast aan een systeem met vaste stappen, barema’s zeg maar?

Prestaties versus anciënniteit

Dat laatste is in ons land vooralsnog het meest courante beloningssysteem. Wettelijk zijn werkgevers verplicht om minimaal de sectorale loonbarema’s toe te passen. Veel organisaties – zeker de grotere – hebben daarbovenop een eigen classificatiesysteem uitgedokterd. ”En traditioneel speelt ervaring of anciënniteit daarin een belangrijke rol”, vertelt beloningsspecialist Brigitte Oversteyns van SD Worx. “Precieze cijfers zijn er niet, maar je mag ervan uitgaan dat ruim de helft van de bedienden en arbeiders in zo’n baremastructuur zit. Concreet wil dat zeggen dat zij vandaag al weten wat ze over vijf of tien jaar zullen verdienen. Bij de hogere bedienden en de kaderleden komen zo’n anciënniteitsbarema’s veel minder voor. Zij zien hun loon stijgen al naargelang hun expertise, prestaties, competenties, groei in de job, marktconformiteit… Hoe beter, hoe sneller ze op hun loonschaal kunnen evolueren.”

De koppeling van anciënniteit en loon is onder de sociale partners al jaren onderwerp van discussie. Volgens de ene brengen barema’s transparantie en zekerheid voor de werknemer, volgens de andere leggen ze de motivatie lam en prijzen ze oudere krachten de markt uit. Omdat ze vaak een meer dan marktconform salaris hebben opgebouwd, zijn zij minder geneigd om nog van werkgever te veranderen. Dat zou immers willen zeggen dat ze loon moeten inleveren. Die redenering oogst de laatste jaren veel bijval in de politiek. De regering Michel nam zich deze zomer in haar arbeidsdeal voor om de lonen in de toekomst niet langer aan anciënniteit maar aan competentie en productiviteit te koppelen. Concrete stappen zijn er weliswaar niet gezet.

Ook vijftigplussers willen een wortel

Benieuwd dan naar wat de werknemers er zelf over denken. Maar liefst 3.622 loontrekkende Vlamingen stuurden ons een volledig ingevulde vragenlijst terug. Reacties kwamen zowel van arbeiders (15%) en uitvoerende bedienden (30%) als van experts (28%) en managers (22%). Zorg en onderwijs leverden 5 procent van de respondenten af. “We zijn erin geslaagd een mooie doorsnede van de beroepsbevolking in Vlaanderen te bereiken”, beklemtoont Vlerick-professor Xavier Baeten. “Het is duidelijk dat we met dit onderwerp een gevoelige snaar hebben geraakt. Alle leeftijden en inkomensklassen zijn in de steekproef vertegenwoordigd.”

Gevraagd naar de manier waarop ze vandaag loonsverhoging krijgen, verwijzen acht op de tien deelnemers naar ‘de indexering’. “In werkelijkheid zijn er dat waarschijnlijk nog meer”, denkt Xavier Baeten. “Slechts een beperkt aantal paritair comités hebben de indexering niet in hun collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen. Wellicht zijn er dus een aantal werknemers zich er niet van bewust dat ook zij de indexering krijgen. Of ze ervaren de indexering niet als een loonstijging, dat kan ook.”

Verder lezen? klik hier

Inbtween, HR & Coaching